Over Ons

Platform Makers: voor een sterker auteursrecht en een betere positie voor de maker

Het auteursrecht

Het auteursrecht is de laatste tijd enorm in beweging en individuele auteurs en uitvoerend kunstenaars (makers) staan daarmee voor grote uitdagingen.

Het auteursrecht en het imago daarvan is veranderd nu gebruik en kopiëren van beschermde werken door de moderne technologieën zoals internet ook voor het grote publiek makkelijker is geworden.

Tegelijkertijd komt de onderhandelingspositie van makers ten opzichte van exploitanten zoals uitgevers en producenten steeds meer onder druk te staan, door mediaconcentratie en toenemend gebruik van standaard-contracten. Van de makers wordt vaak verwacht dat zij meewerken aan een volledige overdracht van al hun rechten (buy-out); met name aan online (her)exploitatie verdienen zij vaak niet of nauwelijks mee. Door de ongelijke verhouding tussen makers en exploitanten hebben makers minder invloed op de exploitatie van hun werk en minder inkomsten, wat weer negatieve gevolgen heeft voor de culturele diversiteit en innovatie.
De Nederlandse Mededingingswet, de ACM, verbiedt belangen- en beroepsorganisaties, buiten de onlangs in de wet opgenomen uitzondering in het auteurscontractenrecht, namens de individuele makers collectieve (tarief)onderhandelingen te voeren.

Platform Makers

Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, hebben de auteurs en uitvoerend kunstenaars zich verenigd in het Platform Makers. Door hun krachten in het Platform te bundelen willen de Nederlandse beroepsorganisaties en vakbonden voor auteurs en uitvoerend kunstenaars één aanspreekpunt creëren en zo samen op trekken om de positie van de auteurs en uitvoerend kunstenaars te verstevigen.
Makers maken hun werk uiteindelijk om gezien, gelezen of gehoord te worden en niet om het gebruik van hun werk te verbieden. Voor dat ‘gebruik’ verwachten ze wel een redelijke vergoeding, en juist die staat nu zwaar onder druk. Wetgeving moet de makers bescherming bieden tegen onredelijke contracten en de mogelijkheid bieden voor collectieve onderhandeling en –standaardcontracten. Dit zal meer evenwichtige contracten tot gevolg hebben, die uiteindelijk leiden tot meer diversiteit en kennisdeling.

Speerpunten

Om die doelstelling te bereiken zijn twee speerpunten benoemd:

• Versterking van de onderhandelingspositie van makers door versterking van het auteurscontractenrecht. Belangrijk onderdeel hiervan is het beperken van de mogelijkheid tot buy-outcontracten (volledige afkoop van rechten zonder billijke vergoeding) en van onredelijke contractvoorwaarden.

• De wettelijke mogelijkheid creëren voor belangen- en beroepsorganisaties om desgewenst minimum-prijsafspraken met opdrachtgevers te maken. En het kunnen publiceren van adviestarieven voor hun leden.De overheid speelt als opdracht- en subsidiegever een grote rol bij het verbeteren van de auteursrechten voor de makers. Diezelfde overheid erkent het belang van het auteursrecht en moet wat het Platform betreft dan ook haar verantwoordelijkheid nemen en beleid consequent doorvoeren.
In haar eigen opdrachtbeleid zou de overheid als regel volledige afkoop van rechten moeten vermijden. Daarnaast moet de overheid in dit kader onder meer de Publieke Omroepen middels een krachtig mediabeleid verplichten meer aandacht te besteden aan hun culturele en maatschappelijke taak. Publieke Omroepen en andere gesubsidieerde instellingen dienen zich evenals de overheid zelf bij het verkrijgen van de voor hen noodzakelijke rechten bewust te zijn van hun voorbeeldfunctie in de markt.

Makers doen verslag van hun ervaringen die zij ondervinden bij het onderhandelen over auteursrecht

Bob Fosko (o.a. muzikant, tekstschrijver, acteur, programmamaker)

“Intellectueel eigendom is voor veel mensen een heel abstracte term. Ik heb iets bedacht en opgenomen en dat wil ik beschermen. Dat wil de bedenker van de paperclip ook. De auteur wordt altijd gecompenseerd. Daarom is het zo zwaar en vervelend wat zich rondom de thuiskopieregeling afspeelt. Ik denk dat het komt door een gebrek aan begrip. Ook bij politici.”

De gemiddelde popmuzikant verdient tussen de 6000 en 12000 euro bruto per jaar inclusief bijbaantjes, blijkt uit onderzoek. Als ik het tegen mensen zeg, geloven ze het niet. Misschien kun je tot de conclusie komen dat het een realiteit is waar we mee moeten leren leven. Maar het staat wel haaks op ons idealisme om popmuzikanten op te leiden. Er zijn geloof ik 4 of 5 opleidingen voor popmusici. Dan ga je er wel van uit dat je mensen opleidt omdat je ze een toekomst wilt bieden en wilt ondersteunen in een vak dat de moeite waard is. Maar dat blijkt niet het geval te zijn. Ik vind dat we daar eens goed over moeten nadenken.”

Peter Blok (acteur)

Vaak wordt gedacht dat wie op tv te zien is, ook wel veel geld zal verdienen, maar het tegendeel is vaak waar. De gemiddelde professionele acteur verdient rond de € 14.000 per jaar met acteren. Meer dan de helft verdient met acteren minder dan € 12.000 per jaar. Acteren is dus zeker geen vetpot. Zonder daarbij zielig te willen doen: acteren is een vak en geen hobby. Wij hebben daarom simpelweg recht op een eerlijke vergoeding voor het werk dat wij doen. Een eerlijke herhalingsvergoeding bijvoorbeeld en een eerlijke vergoeding voor het thuiskopieren van ons werk. Wij vragen daarom steun van de politiek om onze onderhandelingspositie ten opzichte van omroepen en andere grote opdrachtgevers te verbeteren. In de landen om ons heen is dat via het auteursrecht en het naburig recht veel beter geregeld dan in Nederland. Het is tijd dat dat besef doordringt.

Fiel van der Veen (illustrator)

De mogelijkheid om over primaire auteursrechten te onderhandelen is voor illustratoren door bestaande standaardcontracten in veel gevallen nauwelijks mogelijk.

Waar de schrijvers en uitgevers in samenspraak tot een standaardovereenkomst zijn gekomen is het voor illustratoren meer een kwestie van afwachten waar de uitgever/opdrachtgever mee komt. Dat is wel de meest gangbare praktijk in de boeken- en tijdschriften wereld.

Opvallend is dat er sinds een jaar of wat in de contracten alle mogelijke digitale toepassingen zijn toegevoegd. Bijvoorbeeld exploitatie op Internet, waarvan volgens het contract de prijs al in het honorarium is opgenomen. De honoraria zijn de laatste jaren niet gestegen en in geval van dagbladen zelfs gedaald. Je kunt in de meeste gevallen ofwel het contract accepteren of van de opdracht afzien. In het systeem van vraag en aanbod ligt de verhouding voor illustratoren nogal ongunstig wat ze auteursrechtelijk niet sterker maakt.

Voor uitzonderlijke producties heb ik met schrappen en toevoegen in redelijkheid wel met producenten kunnen onderhandelen over de omvang en honorering van de exploitatierechten, maar dat komt weinig voor.

Gelukkig is er door onderhandelen wel overeenstemming tussen beeldmakers, verenigd in Pictoright en producenten over de verdeling van opbrengsten uit de collectieve rechten, (Leenrecht e.d.). Vooral voor illustratoren van boeken biedt dat nog enig financieel soelaas. Dat mag ook wel daar in die sector de geboden honoraria het laagst zijn.

“Ik vind het een goede zaak dat het Platform Makers voor de belangen van de makers opkomt. Als we niets doen zal het vak alleen maar verder uitgehold worden”

Jan Boerstoel (dichter, tekstschrijver)

Onderstaande testimonial bestaat uit enkele alinea’s van de door Jan Boerstoel geschreven toespraak met de titel ‘Over schoonheid en de verdwijnende auteur’ geschreven voor de viering van het 25–jarig bestaan van de Stichting Auteursrechtbelangen (STARBEL) in 2009.
Jan Boerstoel (1944) schreef (lied)teksten voor onder meer Karin Bloemen (waarvoor hij de Annie M.G. Schmidtprijs 1996 kreeg), Cabaret Don Quishocking, Jenny Arean, Adèle Bloemendaal, en Youp van ‘t Hek. Jan Boerstoel schreef van 1984 tot begin 1988 wekelijks een gedicht voor Het Parool. Hij is momenteel voorzitter van de Vereniging van Letterkundigen (VvL).

“Om te beginnen kort iets over mezelf. Toen de Stichting Auteursrechtbelangen werd opgericht in het door George Orwell literair aangekondigde onheilsjaar 1984, achteraf gezien is dát allemaal erg meegevallen, zat ik nét namens de Vereniging van Letterkundigen in het bestuur van Stemra. Eerlijk gezegd voelde ik me in die tijd nog amper een letterkundige en ook waren mijn inkomsten uit mechanisch recht nauwelijks toereikend om mijn uitgaven voor grammofoonplaten en cassettebandjes te bekostigen. Laat staan van boeken. Toch was ik er vanaf het begin van overtuigd, dat het auteursrecht van levensbelang was, ook voor een schrijver als ik, die als freelancer in het ‘moeilijker’ segment van -vooruit, ik zal het woord één keer met gepaste weerzin gebruiken – de amusementsindustrie een boterham probeerde te verdienen.”

“Daarom eindig ik met een oproep. Dames en heren politici, krijg weer eens, of liever gezegd, héb eindelijk eens wat aandacht voor de makers. Geef ze de kans om voor een, als regel bescheiden, vergoeding in elk geval hun werk te doen, namelijk het maken van iets uit niets. Zorg eindelijk eens dat dat auteurscontractenrecht er komt, waardoor de rechtspositie van, deftig gezegd, scheppers van toekomstig intellectueel en kunstzinnig erfgoed een beetje versterkt wordt.

Wees eens zuinig op onze eigen auteursrechtorganisaties, die verpletterd dreigen te worden door enerzijds binnenlands populisme en onderbuikgevoelens en anderzijds EU-regelzucht, niet gehinderd door culturele interesse of kennis van zaken. Probeer eindelijk eens bescherming te bieden tegen onwetendheid en hebzucht, ook van vertegenwoordigers van jullie eigen beroepsgroep, die de publieke omroep dwingen om zoveel mogelijk rechten in handen te krijgen ten koste van auteurs, die daardoor het overleven nog lastiger wordt gemaakt.
En, last but not least (en dat heeft niets met Shakespeare te maken): raadpleeg die makers eens, vraag eens hoe zij denken over al die maatregelen die jullie verzinnen en opleggen en die jullie met zo ongeveer iedereen bespreken behalve met de eerst belanghebbenden.”