Actueel

Aanpassing Wet versterking auteurscontractenrecht biedt makers te weinig houvast

Persbericht

14 mei 2024

Platform Makers, het samenwerkingsverband van vakbonden en beroepsorganisaties van auteurs en artiesten, roept de Tweede Kamer op tot verdere aanscherping van het Wetsvoorstel versterking auteurscontractenrecht. Het ingediende wetsvoorstel is helaas niet het gedroomde middel om de marktongelijkheid in de culturele sector aan te pakken, terwijl dit wel het doel is van de wet. Zonder verdere aanscherping blijft het auteursrecht een strijdtoneel met de overheid als tandeloze tijger.

Het auteursrecht en het naburig recht zijn basisrechten van makers in de culturele sector. De markt waarop makers van cultureel werk en hun exploitanten elkaar moeten vinden is al jaren uit balans. Door toegenomen machtsconcentratie van opdrachtgevers, zoals multimedia-ondernemingen als Sony, Universal, streamingplatforms als Netflix en Spotify, abonnement verkopers als Storytel en uitgeverijen als DPG en Mediahuis, NPO-start, Blendle, Google en Disney, YouTube en Meta, is het voor individuele makers feitelijk onmogelijk hun recht te halen. Dat betekent dat de cultuurmakers weinig terugzien van de enorme economische opbrengsten die de grote platforms met hun creatieve bijdragen genereren. Door de komst van steeds meer online exploitatie is deze disbalans verder toegenomen. Het wetvoorstel dat nu in behandeling is bij de Tweede Kamer voorziet in enkele kleine aanpassingen met flankerend beleid als stok achter de deur. Platform Makers zou graag zien dat de wet op diverse punten wordt aangescherpt, zodat een wettelijk gestuurde marktcorrectie die ook het onderzoeksbureau van het ministerie van Justitie en Veiligheid, het WODC, in de evaluatie van de huidige wet voorstelt, daadwerkelijk de positie van de makers verbetert.

Het recht van de makers, Geen woorden maar waarde.
Platform Makers interviewde een grote groep makers over hun contract- en werkpraktijk. Het beeld is en blijft schrijnend. Van een positie tot onderhandelen is zelden daadwerkelijk sprake onder de huidige wet.

 

Will Maas, muzikant: ‘Als sessiemuzikant word je standaard afgekocht. Voor openbaarmaking door bijvoorbeeld radio-uitzendingen of achtergrondmuziek in de horeca, ontvang je een aandeel via Sena. Maar voor de verkoop van cd’s, voor muziek op YouTube of Facebook en voor streaming op bijvoorbeeld Spotify of Apple Music ontvangen de meeste musici geen enkele verdere vergoeding.’

Janneke Donkerlo, journalist, schrijfster en docent: Een artikel waar ik twee weken mee bezig ben voor vierhonderd euro is natuurlijk van de zotte. Bij het doorplaatsen werd wel netjes gevraagd of dat voor honderd euro oké was. Maar ja, een beetje van weinig is minder dan een fooi.’

Maarten Treurniet, filmmaker, scenarioschrijver: ‘Neem mijn film De Heineken Ontvoering. Die kwam op Pathé Thuis te staan en is daar, vermoed ik, zo’n keer of 80.000 bekeken, tegen een bedrag van 8 euro per keer. Reken maar uit. En weet je hoeveel geld ik daarvan heb ontvangen? Nul euro.’

 

Wetsvoorstel
Het doel van het wetsvoorstel is het aanpassen van de wet om makers een steviger positie te verschaffen ten opzichte van exploitanten en distributeurs van hun werk. Het internettijdperk met mogelijkheden tot veelvuldige snelle verspreiding van auteursrechtelijk beschermd werk en de opkomst van artificial intelligence vragen daarom. De huidige Auteurswet is in 2020 geëvalueerd door het WODC. De evaluatie van de wet geeft alle aanleiding de positie van makers te versterken onder meer door collectieve oplossingen. Makers willen graag collectieve oplossingen omdat deze blacklisting van individuele makers voorkomen en omdat ze de ‘kleine’ maker beschermen tegenover grote opdrachtgevers, zoals de internetgiganten.

Door makers het recht te geven op collectieve vertegenwoordiging bij onderhandelen kunnen zij een passende vergoeding vragen voor de exploitatie van hun werk, die gerelateerd is aan de opbrengsten die exploitanten daarmee genereren. De voorliggende wet regelt dit onvoldoende. Nederland zou een voorbeeld kunnen nemen aan de Belgische wetgever die een wettelijke vergoeding onlangs wel invoerde. Bij onze zuiderburen is de wet wel aangepast aan het internet tijdperk. Zoals ook de Duitse wetgever een wettelijk vergoedingsrecht op verspreiding via platforms zoals YouTube en Facebook invoerde.

Het wetsvoorstel maakt het verenigingen van makers weliswaar mogelijk met verenigingen van exploitanten in onderhandeling te treden, maar ontbeert de benodigde stimulans of dwang die noodzakelijk is om de sterkste marktpartij aan tafel te krijgen. De huidige wet die op dit punt van collectief onderhandelen door de onderzoekers van het WODC reeds ‘een dode letter’ werd genoemd, dreigt op deze wijze een dode letter te blijven.

Video on demand als uitzondering
Alleen voor VOD-exploitatie van filmwerken voorziet het wetsvoorstel in een dergelijke ‘dreiging’. Op 26 maart jl. hebben de onderhandelaars van filmmakers en exploitanten een akkoord op hoofdlijnen gesloten over een vergoeding voor de exploitatie van filmwerken. Hiermee lijkt een oplossing in zicht voor filmmakers op basis van vrijwilligheid. Mochten de exploitanten zich niet aan de afspraken houden, dan heeft de wetgever via een Algemene Maatregel van Bestuur, een stok achter de deur om in te grijpen (waarvoor strikte monitoring op naleving van de afspraken dan wel een vereiste is). Deze stok achter de deur ontbreekt voor alle andere exploitaties en alle andere sectoren. De echte oplossing is om voor alle makers een wettelijke grondslag voor vergoedingsrecht te creëren.

Zelfregulering met flankerend beleid
Om te komen tot afspraken over billijke vergoedingen wil de overheid het oprichten van Auteursrechttafels stimuleren. Aan deze Tafels moeten afspraken worden gemaakt tussen makers en exploitanten over onder meer de reeds bestaande wettelijke transparantieverplichting, die nu in vrijwel geen van de culturele sectoren door opdrachtgevers en exploitanten wordt nageleefd. Het beoogde wettelijk recht op een billijke vergoeding wordt hier feitelijk gereduceerd tot de mogelijkheid van een afspraak. Het niet naleven van de bestaande wettelijke verplichting eveneens. De overheid faciliteert weliswaar de Auteursrechttafels en steunt dit middels flankerend beleid, maar geeft zichzelf geen rol en geen middelen om bij gebrek aan afspraken en/of het niet naleven daarvan, in te grijpen. Platform Makers en de bij Platform Makers aangesloten vakbonden en beroepsorganisaties zijn uiteraard bereid het gesprek aan de Auteursrechttafels aan te gaan, maar vragen daarbij om glashelder beleid voor monitoring en de mogelijkheid tot alsnog ingrijpen door de overheid. Het wetsvoorstel beoogt immers de evident zwakkere positie van de makers te verbeteren, dan moeten ook concrete middelen geboden worden om dat doel te bereiken.

Conclusie
Platform Makers is weliswaar blij met de betrokkenheid van de overheid bij de totstandkoming van afspraken in de filmsector, maar het wetsvoorstel is niet het gedroomde middel om de markt in balans te brengen, terwijl dit wel het doel van de wet is. In tegenstelling tot de filmmakers moeten de overige makers van cultuur zoals musici, schrijvers, vertalers, (foto)journalisten en componisten strijd blijven leveren om een billijke vergoeding te krijgen voor de online exploitatie van hun werk. Idealiter komt er een wet die alle makers beschermt en die vergoedingen garandeert waar zij recht op hebben. Wanneer vertrouwd wordt op ‘zelfregulering’ vereist dit proces een stok achter de deur en tijdige en strakke monitoring door de wetgever.

Concluderend vindt het Platform Makers dat het voorliggende wetsvoorstel enkele nuttige stappen zet. Bovendien is wijziging van de huidige wet zeer gewenst want zolang er geen aangepaste wet is, hebben de makers sowieso het nakijken. Echter, de overheid zal de exploitanten van auteursrechtelijk beschermd materiaal permanent onder druk moeten houden met flankerend beleid omdat een wettelijke grondslag ontbreekt. Daarom is het van eminent belang dat over dat flankerend beleid geen enkel misverstand bestaat. Bij de voorgestelde monitoring dient onomstotelijk duidelijk te zijn wanneer en hoe de overheid ingrijpt indien de beoogde zelfregulering van de markt voor de makers tot onvoldoende resultaten leidt. Een wettelijke grondslag voor vergoedingsrecht blijft voor makers de ideale oplossing. Platform Makers roept de Tweede Kamer op het wetsvoorstel in deze richting aan te passen.

Voor meer informatie of voor het maken van interviewafspraken kunt u contact opnemen met:

Mieke Pennock
06 12 95 24 11
advies@miekepennock.nl
platformmakers.nl

Relevante links
Brief aan de fracties van de Tweede Kamer

Uitgave Het recht van de maker – Geen woorden, maar waarde.

Het recht van de maker – Geen woorden, maar waarde (1/2)

Het recht van de maker – Geen woorden, maar waarde (2/2)